Wednesday, October 16, 2013

Weemoedigheid, die Niemand Kan Verklaren?

Willem Elsschot's gedicht  Het Huwelijk is populair onder onder politici en beleidsmakers. Denk bijvoorbeeld aan deze tweets:

Hoe moeten we de populariteit van deze weemoedigheid onder politici verklaren? Het is in dat verband leerzaam om Bart de Wever's column 'Sociaal Verkeer' van 8 maart 2011 te vergelijken met Ad de Bruijne's column 'Democratie Zwanger van Dictatuur' deze week. Bart de Wever stelt:
'Het individu dat zich poogde te ontvoogden van een almachtige God, wordt zo onderworpen aan het zachte despotisme van een almachtige bureaucratie. En dan nog schieten de wet en de ratio per definitie hopeloos tekort om een publieke moraal te funderen. Om ons op het rechte pad te houden blijft er die weemoed, feitelijk de levenswijsheid opgebouwd door 2000 jaar joods-christelijke traditie, die moeilijk te verklaren is omdat ze normaal onuitgesproken blijft. Het is niet omdat moraliteit zich ontkoppelde van religie en de Kerk zelfs afstevent op sociale irrelevantie, dat deze wijsheid geen waarde meer heeft voor ons leven. 'God is dood', zei Nietzsche, en wij teren op Zijn geërfd moreel kapitaal. Zolang we geen beter alternatief hebben, moeten we misschien omzichtig omspringen met dat kapitaal.'
Van de regen van een Almachtige God naar de drup van de almachtige bureaucratie, zou je kunnen zeggen. Ad de Bruijne stelt daarentegen deze week:
'De westerse democratie kun je zien als een typisch modern fenomeen waarin tegelijk christelijke invloeden doorwerken. Het democratisch model beschouwt mensen in de eerste plaats als afzonderlijke individuen met eigen belangen. Tegelijk leven mensen samen en kennen ze ook gedeelde belangen of zelfs een gemeenschappelijk goed. Daarvoor weten ze zich samen verantwoordelijk.
Onbewust of bewust gaan ze ervan uit dat waarheid en goedheid bestaan, en in beginsel voor iedereen gelden. Alleen, wat precies waar en goed is, daarover denken ze verschillend en dus gaan ze daarover met elkaar in debat. In dat publieke debat mag ieders stem gehoord worden, zoals in de nieuwtestamentische kerk zelfs slaven mochten profeteren. Je weet je verantwoordelijk om mee te spreken en naar elkaar te luisteren.'
In plaats van een weemoedigheid die niemand verklaren kan valt hier op de verwijzing naar de voor de gereformeerde politiek zo kenmerkende mondigheid, een verwijzing naar de klaarblijkelijkheid van de Schrift welke een centrale rol speelde in het denken van de founding fathers van de Verenigde Staten.

Het teruggrijpen naar de vaderen als vaste grond in de politiek, tegenover abstracte bureaucratie en of de chaotische wirwar van stemmen van het volk, doet denken aan Hugh Blair's visie op de rol van welsprekendheid, Eloquence, in de 17de eeuw. In de visie van Hugh Blair stond het opleiden van een verlichte elite centraal.

Het contrast met John Witherspoon's opvatting over Eloquence is opvallend en brengt tot uiting de steeds terugkerende tegenstelling tussen een 'conservatieve' en een calvinistische opvatting over democratie. Bij Witherspoon is de klaarblijkelijkheid van de Schrift leidend. Onderwijs in eloquence wordt daar dan ook aan ondergeschikt gemaakt, bijvoorbeeld:
'In "Answers to the Reasons of Dissent," Witherspoon and his allies argued against the Moderates on the grounds that individuals have both "a right" and "an indispensable duty" to follow their conscience because it speaks from God, a higher power than any civil authority.'
Een scherpe tegenstelling tussen aan de ene kant weemoedigheid die niemand kan verklaren, en aan de andere kant de Schrift die ieder kan begrijpen door er in te lezen. Of, zoals Samuel Finley ooit zei:

'they who expect divine knowledge without studying Scripture; the Holy Spirit, without Prayer; saving blessings, without attending on gospel ordinances; or Deliverance from temporal enemies, without Fighting against them, discover their deep Ignorance of Scripture, of Reason, and the Whole scheme of divine government''

No comments: