Thursday, September 19, 2013

Klaarblijkelijkheid van de Schrift & Unalienable Rights

In deel 1 van zijn Gereformeerde Dogmatiek Schrijft Herman Bavinck op bladzijde 397:
'de duidelijkheid der Schrift is oorsprong en waarborg van de religieuse en ook van de politieke vrijheden'
Daarbij wordt verwezen naar Abraham Kuyper's lezing 'Calvinism oorsprong en waarborg van onze constitutionele vrijheden'. Jasper Vree schrijft in zijn boek over de achtergrond van deze lezing:
'Door deze lectuur ( Works of Burke, Collection des mémoires Guizot, works of de Tocqueville and Lamennais) rees bij hem de vraag of er vroeger niet zo iets als een specifiek gereformeerd staatsrecht kon zijn ontwikkeld, met doorwerkingen in later tijd, met name in Amerika. Zou de volkssoevereiniteit zoals die daar bestond niet heel goed antirevolutionair kunnen zijn? Op 23 November 1873 zou deze periode van studie en bezinning uitmonden in de lezing voor Utrechtse studenten.'

Deze klaarblijkelijkheid van de Schrift is het onderwerp van Klaas Schilder's inaugurele rede van 1934:
'In deze klaarblijkelijkheids-aanvaarding ligt de eenheid tussen 1834 en 1934, tussen Hendrik de Cock en ons.'
In de discussie over rechtsstaat en democratie wordt vaak verwezen naar unalienable rights (Francis Hutcheson). Bijvoorbeeld door A J Boekestijn hier:
'Democracy is 2 wolves and a lamb voting on what to eat for lunch. Freedom comes from inalienable rights which may not be taken by vote'
De klaarblijkelijkheid van de Schrift is de fundering van deze onvervreemdebare rechten:

'Hutcheson elaborated on this idea of unalienable rights in his A System of Moral Philosophy (1755), based on the Reformation principle of the liberty of conscience. One could not in fact give up the capacity for private judgment (e.g., about religious questions) regardless of any external contracts or oaths to religious or secular authorities so that right is "unalienable." Hutcheson wrote: "Thus no man can really change his sentiments, judgments, and inward affections, at the pleasure of another; nor can it tend to any good to make him profess what is contrary to his heart. The right of private judgment is therefore unalienable.'
Hoewel de link met de klaarblijkelijkheid van de Schrift in Hutcheson's moral philosophy latent aanwezig is, is het John Witherspoon (& Princeton) die hieruit de ultieme consequenties getrokken heeft. 

Abraham Kuyper gaf in 1867 zijn eerste kerkelijke brochure uit,
'Wat moeten wij doen, het stemrecht aan ons zelven behouden of den kerkeraad machtigen? Vraag bij de uitvoering van art. 23 toegelicht, waarin hij voor een democratische kerkregering koos, mits deze niet ontaardde in volkssoevereiniteit, die hij als geestverwant van Groen van Prinsterer afwees.'

No comments: