Saturday, September 29, 2012

Seculier-Bijbels

Erica Meijers schreef gisteren in Trouw over Miskotte en De Doorbraakbeweging:
'Hij pleitte voor een rechtvaardige overheid en verving zo de confessionele opvatting van politiek door een seculier-bijbelse.

De Doorbraakbeweging ging van dezelfde gedachte uit en sindsdien koos een aanzienlijke groep christenen voor andere partijen dan de christelijke.'
Het artikel begint met een verwijzing naar de eerste wereld oorlog:
'Die (de Christelijke politiek) is namelijk niet pas sinds de laatste verkiezingen failliet, maar was dat al sinds de dagen dat dominees en regeringsleiders met de zekerheid van Gods zegen juichend de Eerste Wereldoorlog introkken en zo talloze soldaten - aan beide kanten van het slagveld overigens - uit naam van God de loopgraven en de dood injoegen.'
Dit citaat doet denken aan de inleiding op Schilder's werk 1917-1919:
'Bij al die ellende zag Schilder het als ‘een verzwarende omstandigheid, dat juist de christenen den oorlog ontketend hebben, niet de “koppensnellende” heidenen’.12. Het was het ‘christelijke’ Europa, dat bezig was ‘zichzelf uit te moorden en te ontkrachten’, tenminste, het ging om ‘een schijn-christendom onzer dagen, dat daar roept “Vooruit met God”, als er tienduizenden vallen en dat de grootvorsten van den plompen krijg tooit met het grootkruis van de orde van den zaligmaker - of zoo iets...’13. Voor ‘de moraal van onze “christelijke” oorlog voerende staatslieden, die ook alleen Jezus huldigen, voorzoover ze hem in den mond kunnen leggen de leuze van: het recht van den sterkste’ had Schilder geen goed woord over.'
 Bij Schilder mondde dit uit in zijn rede Wat is de hel? uit 1919 waarin hij schrijft:
'Dat hij van betalen spreekt: ’t is hard; maar de bijbel houdt vast aan uw adeldom, die eens verplicht u heeft. Wie moeten betalen? Wie? Geen onnoozelen, geen idioten, geen krankzinnigen, geen onmondigen. Maar betalen — dat laat men mondige menschen doen, met een verantwoordelijke positie, met rechtspersoonlijkheid! Zoo eert u de bijbel!'
We zien hier de oorsprong van Schilder's scherpe afwijzing van het begrip plaatsvervanging in Heidelbergsche Catechismus Zondag 5 (47) zoals Jan Veenhof in ontmoetingen met Schilder opmerkt:
"Mozes, de middelaar van het Oude Verbond, kon geen type van de betere Middelaar van het NIeuwe Verbond zijn, "zonder op deze wet der afwijzing-van-het-remplacantschap zijn tanden te moeten stomp bijten: wel een plaatsbekleeder, maar geen plaatsvervanger, strikt genomen, staat te komen in de volheid van den tijd"

Thursday, September 27, 2012

Kagame's Janus-Faced Communication Strategy

On the day of André Kagwa Rwisereka's funeral, the assassinated Green Party's Vice-President, two weeks before the 2010 rigged elections, Paul Kagame did not send a message of condolences, but said:
'my job has not been to create an opposition'
These words summarize Kagame's Janus-Faced communication strategy. To the west he portrays himself as the 'beacon of hope' (in a sea of incompetent and desperate primitives), but inside Rwanda he cherishes the image of a brutal election rigging dictator who crushes the opposition, assassinates dissidents at home and abroad and continues to defy the west by playing bloodsoaked games in Virunga park.

Sofar this aspect of the regime in Kigali seemed mostly neglected by western politicians and diplomats. Yesterday that changed.

At the great lakes summit Belgian Foreign Minister Didier Reynders asked Paul Kagame to publicly condemn the M23 rebellion in Congo. Kagame refused to answer and walked out of the meeting. His pr accolytes later claimed the question didn't exist and that Paul had another 'important meeting':
.@YolandeMakolo Not true. DRC summit consisted of speeches by ICGLR states, SADC rep & other int'l stakeholders not exchange 
Please don't mislead your followers! Didier Reynders did not ask any question to PK, who did not "walk out"!
Belgian foreign minister Didier Reynders had just checkmated Paul Kagame. Game over!

Wednesday, September 26, 2012

Rwandans and Congolese should be allies, not enemies


"As African people and neighbors who are still struggling to recover from the ravages of colonialism, Rwandans and Congolese should be allies in lifting all of their people from poverty to decent living standards, literacy and dignity. It’s time for dialogue between Rwandan and Congolese people of like mind to finally end the 16-year war between our two armies and their various ancillary or surrogate militias. The vast majority of both of our people need democracy, political space, economic opportunity and a common share in their countries’ resource wealth."  -Eric Kamba

More at Rwandans and Congolese should be allies, not enemies, San Francisco Bay View Newspaper.

Mondigheid: De Reformatie Van Het Neocalvinistische Denken

Klaas Schilder schreef 10 juni 1950 in De Reformatie:
'Hoe ontelbare malen slaagt de duivel erin, de gelovigen ertoe te verleiden, dat zij van plichten en rechten van de voor hen met Middelaarsbloed verworven staat der mondigheid zich doodkalm ontdoen, en zichzelf en alle anderen gaan bejegenen en laten bejegenen alsof ze nog onmondigen zijn.'
Het zou een misverstand zijn om te denken dat dit 'thema' bij Schilder pas om de hoek kwam kijken in de jaren voorafgaand en de vrijmaking. Zo schreef hij in 1919 in het boek 'Wat is de hel?' over de mondige mens:
'Dat hij van betalen spreekt: ’t is hard; maar de bijbel houdt vast aan uw adeldom, die eens verplicht u heeft. Wie moeten betalen? Wie? Geen onnoozelen, geen idioten, geen krankzinnigen, geen onmondigen. Maar betalen — dat laat men mondige menschen doen, met een verantwoordelijke positie, met rechtspersoonlijkheid! Zoo eert u de bijbel! Kunt ge ’t hem euvel duiden? Wie slaat hooger u aan, Hume, de scepticus, die u, o mensch, een veel te zwak schepsel vond 116), dan dat een misdrijf van hem zùlk een straf zou verdienen, — òf de bijbel, die u een sterke noemt en een tot eeuwigheid uit den Eeuwige geborene?'
En mondigheid was bijvoorbeeld het thema van zijn intreepreek in Delft in 1922:
'Daarom moet ge ook nooit in de kerk komen om het gemakkelijk te hebben. Gij moet niet uw prediker beschouwen gelijk Israël Mozes deed: voor hem de zwarigheid, de ontzetting, de verbazing - voor u 't resultaat der bezigheid Gods als ‘gesneden koek’. Gods spijze moet immer zwaar te verteren zijn. Een volk, dat zijn Mozessen laat zwoegen met Gods ontzaglijkheid en zelf naar gemakkelijke houding staat, verwerpt God, die spreekt en openbaart zijn blode zelfzucht in liefdeloosheid. Ze moeten 't elkaar niet gemakkelijk maken: prediker en gemeente. Wij moeten niet Gods Woord willen ontvangen als in den slaap. Wij moeten niet tot God klagen, dat Hij ons meer geeft dan wij verdragen kunnen. Wie zijt gij, die Zijn openbaring beticht van onverstand aangaande uw bevattingsmogelijkheid ?'
 In dat zelfde, eerder genoemde, artikel van juni 1950 schrijft hij vervolgens:
'Paulus heeft, welbeschouwd, dáártegen, dat wil zeggen tegen deze grove zonde, waarin het door Christus verworvene het door christenen verworpene wordt, zijn ‘Galatenbrief’ geslingerd; maar deze brief behoort dan ook tot die geschriften, die de kerk wel graag uitpluist in exegetische détailpunten (Hagar, Sara, Hagar, Sinai, Jeruzalem beneden, Jeruzalem boven), doch die zij in de grote lijnen koppig verwaarloost. Juist op het punt van die verkregen mondigheid als staat-in-rechten. O, gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd? Ik denk, dat Luther daar erg vaak over nagedacht heeft, de man, die vóór de honderdduizenden streed, toen hij weigerde een onschriftuurlijke binding te aanvaarden, en door hen niet begrepen en verloochend werd. Juist over die brief aan de Galatiërs schreef hij zijn misschien wel beste werk.' 
Een passage die direct doet denken aan datgene wat M. van der Berg schrijft in zijn boek De Gekerkerde Kerk. We raken hier het hart van de gereformeerde theologie en antirevolutionaire politiek. En wanneer we in Schilder's bekende boek Christus in Zijn lijden lezen over 'de dag der kleine geluiden' staat dit vanzelfsprekend rechtstreeks in verband met deze mondigheid:
'En zou voor Jezus te gering zijn, wat niet voor God te nietig is? In naam van het derde gebod der wet van Sinaï - veracht den dag der kleine geluiden niet!'
Wanneer in 1948 het Amersfoorts Congres de 'theologisch-wetenschappelijke gedachtenconstructies' zoals de leer van de 'gemene gratie' de 'soevereiniteit in eigen kring' en dergelijke voorstellingen 'die zich wezenlijk van Schrift en belijdenis verwijderen' afwijst dan doet zij dat met een verwijzing naar 'de reformatie van het neocalvinistische denken'. Deze 'reformatie van het neocalvinistische denken' is de mondigheid zoals hierboven door Schilder beschreven.

Dit GPV congres in 1948 werd voorgezeten door Albertus Zijlstra die in 1948 het (volgens Verburgh (1956) onleesbare) boek Tenzij schreef. Albertus Zijlstra was een onderwijzer uit Zuidhorn die in 1901 door Abraham Kuyper als redacteur van de Standaard was aangetrokken. Hoewel nooit officieel hoofdredacteur gaf hij van 1901 tot 1940 leiding aan De Standaard. Albertus Zijlstra kwam vervolgens dankzij invoering van het algemeen kiesrecht in 1918 voor de ARP in de Tweede Kamer, waar hij onderwijswoordvoerder werd.

Albertus Zijlstra symboliseert de door Abraham Kuyper gehanteerde strategie die na het sociaal congres van 1891 tot de 'herenmuiterij' van De Savornin Lohman c.s. leidde. Dankzij deze strategie behoorde Albertus Zijlstra tussen 1901 en 1940 tot de leiding van de Antirevolutionaire beweging.

De scheuring van 1944 betekende afscheid van de door Kuyper met succes gehanteerde strategie. Laten we daarom nog één keer luisteren naar de manier waarop Schilder deze mondigheid verwoordt in de preek het gezag dat God onder de mensen stelt uit 1937:
'Maar tegelijk zegt God, dat Hij mijn Vader wil zijn, dat Hij geen rijken kent boven armen, dat Hij rijken ledig wegzendt en armen met goederen vol maakt. En die vrijheid heb ik niet alleen in de kerk, maar ook in het dagelijkse leven. Ik heb het recht van opstand tegen de macht, die God weerstaat en mij dwingen zou, het ook te doen. Zo komt Calvijn met de prediking van de volstrekte souvereiniteit in Christus Jezus in genade mij toegekeerd, tot de wereld en zegt: Waar zijn ze, de vrije burgers? Hun grondwet houden ze den koning voor en zeggen: Regeer ons, maar bij de gratie Gods, Ze komen aan, door goddelijk licht geleid, om te leven in vrijheid als beste burgers in het aardse vaderland, omdat ze in de eerste plaats geworden zijn kinderen van het hemelse vaderland.'

Tuesday, September 25, 2012

Fabels Over Christelijk Fundamentalisme

Karl Barth's woorden 'fundamentalists, you would like to eat me' richting J. Oliver Buswell in 1950 zijn een goed voorbeeld van het gepolariseerde theologische klimaat in de 20ste eeuw. Hoe moeilijk is het om over je eigen beelden en vooroordelen heen te stappen. En hoe verleidelijk is het om een moeilijke discussie uit de weg te gaan en vooral een beeld op te roepen van diegenen waar je het niet mee eens bent. Karl Barth ging niet in gesprek met J. Oliver Buswell, maar maakte hem vervolgens wel zwart in een brief aan G.C. Berkouwer uit 1951.

Het woord 'fundamentalisme' in het huidig spraakgebruik lijkt inmiddels ook onder Nederlandse theologen een verzamelbegrip te zijn geworden voor een bepaald soort theologie afkomstig uit de VS waar men vooral een hardgrondige afkeer en minachting voor heeft.

Echter, als je de moeite neemt om de geschiedenis van het begrip op te zoeken op wikipedia, kom je er achter dat de zaken toch een stuk gecompliceerder liggen. Nederlandse theologen zouden bijvoorbeeld tot hun schrik wel eens tot de ontdekking kunnen komen dat juist de bekende Nederlandse theologen Geerhardus Vos en Herman Bavinck belangrijke vertegenwoordigers van het fundamentalisme zijn.

Helenius de Cock gaf in 1869 een waardevol advies over de manier waarop men met dergelijke beelden en vooroordelen het beste kunt omgaan:
'Reeds a priori (van voren) is hij, die de waarheid belijdt, veroordeelt, als bekrompen en niet op de hoogte van zijn tijd te wezen. Jammer maar, dat zoovelen, die zeggen dat zij belijders zijn van de gereformeerde leer, door hunne onkunde in die leer, dit vooroordeel begunstigen, en door eigen begrippen en vastgestelde meeningen eenigen grond geven aan anderen, om deze beschuldiging op allen toe te passen.'

Tuesday, September 18, 2012

Art Nouveau's & Neo-Calvinist Organicism

Art Nouveau is known for it's organic forms: Stile Floreal, Lilienstil, Style Nouille, Paling Stijl, and Wellenstil. The interest in organic nature proceeded from a sense of life's order lost or perverted amidst urban industrial stress. Art Nouveau builds on the arts and crafts movement and it's resistance against the results of industrialisation during the second half of the 19th century. It even spread to the US.

Smart businessman Siegfried Bing noticed this inclusive international style based on organic forms early on. Inspired by Bing's Salon de L'art nouveau in Paris and with help of his relative Chris Wegerif John Uiterwijk started the Arts and Crafts gallery in the Hague in 1898. It was there that Thorn Prikker started experimenting with batik in quite the same way Bing integrated Japanese art into Art Nouveau:
'The influence of Japan was very strong in the first years of the Dutch design reform movement. But the Eastern inspiration in the Netherlands was not confined to Japan. Art forms from the colonial Dutch East Indies were also influential in Dutch decorative art. This is seen most clearly in the artistic use of batik.'


Michel Duco Crop and Johan Jacobs built the Dutch brand of Vlisco inspired by the arts and crafts movement.

G K Chesterton's distributism, based on catholic social teaching, was influenced by the main developer of the arts and crafts movement, William Morris. William Morris in turn was influenced by writer and artist John Ruskin. James Eglinton writes:
'Alois Hirt was the first to use the therm organisch in the realm of architecture (1809). Samuel Coledridge set a trend for organicist poetry that was followed by John Ruskin and Isaac Williams.'
Peter S. Heslam writes in 1999 about the similarities between Kuyper and Ruskin:

'Kuyper's perception of art as a new form of popular religion is crucial to under­standing why he gave so much attention in his works to the subject of the arts. As the leader of a social and religious movement that relied heavily on popular support, he was intensely aware of the emergence of new social and religious trends, and took every opportunity he could to demonstrate that Calvinism provided a viable alternative for ordinary people in contemporary society'
Abraham Kuyper quotes John Ruskin approvingly in his book on common grace. As I wrote in a blogpost last year:
'reading Klaas Schilder reminds me of Jazz and Art Nouveau because of the effort to connect with nature, every day life and the emphasis and strong rejection of class society.'


Monday, September 17, 2012

Migrant Workers & EU Development(s)

Greek journalist Matina Stevis writes in the WSJ this week:
'Germany, Finland and the Netherlands—three governments that have taken the toughest stance toward Athens in the euro crisis—also have repeatedly voiced concerns about the Greek border.'
An article that reminds us immediately of the statement by Greek Public Order Minister Nikos Dendias in August:
'The immigration problem is perhaps even greater than the financial one.'
These comments illustrate once again, just like words by Dutch foreign minister Rosenthal concerning Libya last year, the need for explanation of the crucial and central role of migrant workers at the heart of the EU project. Since JFK's speech in Berlin 'ich bin ein Berliner' the migrant worker has allways been at the heart of the EU project. How come we never read about that?

Saturday, September 15, 2012

Schilder's Leraar: A.G. Honig

E.A. de Boer schreef in 1999:
'Naast het handboek van A.G. Honig (en de eigen collegedictaten) is dit ( Schilder's 'Wat is de hemel?') het enige boek dat als verplichte stof voor het tentamen dogmatiek gold, voor al de generaties studenten die onder zijn hoogleraarschap het vak leerden'
J. Kamphuis schreef een lezenswaardige artikel bij de heruitgave van Schilder's boek 'Wat is de hemel?' in 2009.

A. G. Honig, de hoogleraar dogmatiek die Schilder opvolgde in 1934, schrijft in het voorblad van het handboek dogmatiek uit 1938:
'aan de nagedachtenis van de gereformeerde dogmatici Charles Hodge, Henricus Eskelhoff Gravemeyer, Abraham Kuyper en Herman Bavinck'
Interessant hoe hier naast Charles Hodge ook de voor mij onbekende Henricus Eskelhoff Gravemeyer een plaats krijgt. Henricus Eskelhoff Gravemeyer's leesboek voor de gereformeerde geloofsleer werd besproken door Geerhardus Vos in de Presbyterian and Reformed Review 1890. In een brief uit 1889 aan B.B. Warfield verwijst Vos daar naar. Henricus Eskelhoff Gravemeyer was geboren in Weener of Weenermoor Duitsland dichtbij de grens met Groningen.  Hij werd 5 September 1837 te Emden tot den predikdienst toegelaten (maakt mij nieuwsgierig naar de theologische opleiding die hij had genoten).

H. Smit stelde in zijn bespreking van de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek van van Genderen en W.H. Velema uit 1992 dat Honig's handboek dogmatiek eigenlijk verouderd was. Helaas wordt niet duidelijk wat er nu precies verouderd is aan dat handboek:
'in die tijd lagen de fronten van de strijd op andere plaatsen dan nu. Andere en nieuwere theologen vragen nu onze aandacht. Ook het omgekeerde is waar: Zaken die toen als grote problemen werden beschouwd hebben voor ons het problematische verloren en krijgen nauwelijks meer onze aandacht.'
A. G. Honig studeerde cum laude af aan de Vrije Universiteit in 1892 op een proefschrift over Alexander Comrie. Dit boek is hier online te lezen. Toen op 17 januari 1934 A.G. Honig zijn hoogleraarschap overdroeg aan Klaas Schilder hield hij de rede 'Van Comrie tot de Cock: of, het Credo der Afscheiding'. Een proefschrift van H. Zweistra verwijst onder ander naar Comrie en H. J. Jager.

We dwalen af. Hier een quote over Oud-Testamenticus M Noordtzij dat ons in een bepaalde richting stuurt:
'M. Noordtzij doceerde het Oude Testament in een tijd, dat de Schriftkritiek, met name de bronnentheorie en de bronnensplitsing, in volle ontwikkeling was. Tegen de aanvallen van de historische kritiek stelde hij de organische inspiratie en de Schriftgebonden exegese. Bij de uitleg van de Schrift benadrukte hij haar openbaringshistorisch karakter, de ‘historia revelationis’, de geschiedenis van de bijzondere Godsopenbaring. Deze visie op de openbaring en de theologische exegese van de Schrift hebben Schilder gevormd en zijn bepalend geweest voor zijn omgang met de Schrift.' 
A. Noordtzij verwoordt het zo:
'Kern van deze visie is, dat de Godsopenbaring alleen vrucht kon dragen, 'wanneer God zich aansloot aan het bestaande, zich gaf in den vorm, waarin ze door Israël kon worden opgenomen en organisch door dit volk kon worden verwerkt'.
In een interview uit 2009 legt Ds. Henk de Jong uit hoe dit uitwerkt in zijn denken:
'Wat ziet De Jong als belangrijke facetten in zijn eigen denken? Als eerste noemt hij het historisch lezen van de bijbel: ‘Klaas Schilder zei al: “De bijbelteksten dragen een datum.” Dat zijn woorden geweest als zaden in mijn geest. Het bracht me tot het inzicht dat de bijbel behalve als een huis ook als een weg te typeren is.'
Laten we Schilder's Afscheidingsrede of 'eerste rede' eens lezen.

Friday, September 14, 2012

Het Geheim Van Herman Bavinck's Dogmatiek?

In mei 1894 had Geerhardus Vos zijn inaugurele rede gehouden aan Princeton Seminary, een jaar later, in 1895, publiceerde Herman Bavinck het eerste deel van zijn Gereformeerde Dogmatiek. Het vierde deel verscheen in 1901. In 1902 werd Herman Bavinck hoogleraar dogmatiek aan de Vrije Universiteit.

Wat is het geheim dat Bavinck's dogmatiek zo aantrekkelijk maakt, waardoor hij tot op vandaag bruikbaar blijkt en bewondering oogst? vraagt N.H. Gootjes in het artikel De Struktuur van Bavinck's Gereformeerde Dogmatiek uit juli 1990.

Gootjes wijst daarin op de kritische noot van Geerhardus Vos ten aanzien van Bavinck's dogmatiek:
 'Although the author's work bears ample evidence of a wide and thorough acquaintance with what has of late years been done in the field of biblical theology, yet the exegetical data are not given with the same degree of fullness nor with the same detailed explanation of their historic significance as the facts borrowed from the history of doctrine.'
Vervolgens wijst Gootjes de suggestie of stelling c.q. eis van Geerhardus Vos om de 'organische voortgang van de openbaring te laten zien in het Schriftbewijs' van de hand met het volgende argument:
 'Het is waar dat de onderdelen van de leer in de Schrift samenhangen, en daarom ook in de dogmatiek in hun samenhang moeten worden getoond. Maar de reden van die samenhang is niet de organische voortgang van die openbaring. De openbaring groeit niet uit een beginsel, zoals een plant voortkomt uit een zaadkorrel. Er is geen immanente groei. God is de gever van alle openbaring, en Hij voegt daaraan op allerlei manieren toe. De reden voor de onderlinge samenhang van de openbaringsinhoud is niet gelegen in een organisch groeiproces, maar in het feit dat éénzelfde God alles heeft geopenbaard, en dat in Hem geen tegenstrijdigheden bestaan. Daarom heeft de dogmatiek het recht bewijsteksten uit verschillende perioden samen te lezen, zonder daaruit een chronologische ontwikkeling te hoeven konstrueren'
Een uitspraak die waarschijnlijk rechtstreeks in verband staat met de positie die Gootjes inneemt in  het debat over heilshistorische prediking, waarvan Klaas Schilder een belangrijk verdediger was. Albert Welleweerd verwijst in een waardevolle blogpost over heilshistorische prediking naar een rede van B Holwerda uit 1942. In het artikel in De Reformatie 'Het eerste en het laatste dichterlijke boek' schrijft Klaas Schilder in 1933:
'De transcendentie tot uitgangspunt te kiezen voor zijn denken, met verwaarloozing van de immanentie, dat beteekent valsch profeteeren. En de immanentie voorop stellen, met verwaarloozing van de transcendentie, dat wordt óók liegen. Slechts deze beide gedachten, en dan tezaam verbónden, spreken ons van God de waarheid. De Schrift verbindt ze dan ook steeds.'
Op wikipedia lezen we over Herman Bavinck's gereformeerde dogmatiek:
'Vooral op het terrein van de inspiratie van de Bijbel ging Bavinck in zijn dogmatiek nieuwe wegen. Hij ontwikkelde de gedachte van de organische inspiratie van de Bijbel. Met deze gedachte probeerde hij het goddelijke gezag van de Bijbel te laten sporen met de ontwikkelingen in de bijbelwetenschap.'
Joseph Torres citeert o.a. Bavinck in zijn blogpost what is organic inspiration? Johan D. Tangelder schrijft dat Bavinck 'bijdroeg aan een nieuw begrip van de organische inspiratie van de Schrift'. Peter Enns schreef in april 2011 een blogpost waarin Bavinck wordt geciteerd:
'The Reformed confessions [e.g., the 1646 Westminster Confession of Faith] almost all have an article on Scripture and clearly express its divine authority; and all the Reformed theologians without exception take the same position. Occasionally one can discern a feeble attempt at developing a more organic view of Scripture'
En dan komt in de daarop volgende blogpost Peter Enns via Herman Bavinck uit bij Geerhardus Vos & Gresham Machen's en de populaire issue van hun tijd: de oorsprong van Paul's religie (valt u overigens de foto van N.T. Wright ook op?). Het boek 'Origin of Paul's Religion' van Gresham Machen kunt u hier online lezen. Vervolgens bespreekt Peter Enns in een volgende blogpost hoe Geerhardus Vos's visie doorwerkt in zijn studie 'Pauline Eschatology'. Eén dag na het schrijven van mijn blogpost Pauline Eschatology & Geerhardus Vos, in maart 2012, reageerde ik op een blogpost over inerrancy at the ETS van Carlos Bovell:
'I myself like to paraphrase Matthew 12: 39 and say to myself “A wicked and adulterous generation asks for… inerrancy! But none will be given it except the inerrancy of the prophet Jonah.” to clarify the meaning of the term and to frame the debate in it’s Paulinian eschatological context as Geerhardus Vos would like us to do.'
Geerhardus Vos schreef in 1906 in the Princeton Theological Review het artikel 'Christian faith and the truthfulness of Bible History'.

Zo bekend als Herman Bavinck's Gereformeerde Dogmatiek is, zo onbekend is het maandschrift 'De Getuigenis' onder redactie van Herman's vader Jan Bavinck en de zoon van Hendrik de Cock: Helenius de Cock. Helenius de Cock doceerde dogmatiek in Kampen totdat Herman Bavinck in 1883 benoemd werd. Online zijn een beperkt aantal artikelen uit dit maandschrift te vinden. Het maandschrift De Getuigenis startte in 1869.

Iets over het Godsbegrip volgens de Heilige Schrift door Jan Bavinck.
Wat is de mensch? door Helenius de Cock
Onze Belijdenis door Helenius de Cock

Het maandschrift De Getuigenis lijkt mij daarom een belangrijke sleutel tot het begrijpen van het denk en schrijfwerk van zowel Herman Bavinck als Geerhardus Vos.

Wednesday, September 12, 2012

Geerhardus Vos Over Burgerschap & Integratie

Onder de titel 'Welke toekomst hebben nationale kerken als de Europese integratie doorgaat organiseert de protestantse theologische universiteit Groningen 25 oktober 2012 een symposium. Ad de Bruijne, hoogleraar aan de theologische universiteit Kampen, zal dan ingaan op de vraag  ‘Hebben christenen hun burgerschap niet “in de hemelen”?’. Een symposium dat voortbouwt op het symposium religie, burgerschap & integratie van 22 juni 2011, ook in Groningen.

Het bekende werk 'Pauline Eschatology' van Geerhardus Vos lijkt geschreven te zijn juist als antwoord op de problematiek van burgerschap en integratie. Het is in ieder geval moeilijk, zo niet onmogelijk, om niet direct aan de Nederlandse immigranten gemeenschap in Grand Rapids te denken, waar Geerhardus deel van uit maakte, als hij in het artikel "The Eschatological Aspect of the Pauline Conception of the Spirit," Philipenzen 3:19,20 citeert:
"The Christian has his citizenship in heaven, not upon earth, and therefore should not mind earthly things"
James Dennison jr., die de zoon van Geerhardus Vos, Johannes, als Bijbel leraar had op Geneva College in Beaver Falls Pennsylvania, lijkt die these te bevestigen in zijn artikel 'life between two worlds':
"Vos was a man caught between the Old World and the New World, Amsterdam and Princeton (and Grand Rapids)"
Geerhardus Vos, zoon van een in Bentheim Niedersachsen geboren Nederlandse predikant, die op 19 jarige leeftijd naar Amerika geïmmigreerd was, had een nauwe band met zijn 'tweeling broer' Herman Bavinck. Ook Herman Bavinck was de zoon van een naar Nederland geïmmigeerde en in Bentheim Niedersachsen geboren predikant. Dit opmerkelijk duo speelde een centrale rol in de contacten tussen Amerikaanse Presbyterianen en Nederlandse Gereformeerden. Geerhardus Vos' inaugurele rede uit 1984 herinnert ons aan Herman Bavinck's Organisch Motief, zoals bijvoorbeeld deze zin geciteert door Lawrence Semel in 'Geerhardus Vos & Eschatology':
 "Progress in revelation resembles the organic process through which out of the perfect germ the perfect plant and flower and fruit are successively produced."
James Dennison jr. verwijst eveneens naar Geerhardus Vos' kenmerkende visie op het organisch karakter van de openbaring als hij in 'Life between two worlds' schrijft:
'What did he do to be placed on the periphery; what didn't he do to attain a place in even Princeton's tiny spotlight? Was it too hard to follow his lectures? Was it his distinctive approach to the organic character of revelation?'
Als Gresham Machen rond die tijd schrijft:
"Princeton is a hot-bed of patriotic enthusiasm and military ardor, which makes me feel like a man without a country."
Hoe zou Geerhardus Vos met zijn sympatie voor de Duitse Kaiser zich tijdens de eerste wereld oorlog gevoeld hebben?

Geerhardus Vos taught Biblical theology to, among others, J. Gresham Machen, and found a walking partner in fellow theologian B. B. Warfield. James Dennison jr. writes on Vos's biblical theology:
'Vos’s famous illustration of the flower from bud to blossom indicates the beautiful unfolding of God’s gracious words and deeds down through redemptive history. The history of redemption is an organism, every part of which is intimately united genetically. The historico-genetic character of Biblical Theology is both analeptic and proleptic—organically related retrospectively and prospectively.'
In july the notes Gresham Machen took while following the course of Biblical theology by Geerhardus Vos in 1903 were found.

Richard B. Gaffin, Jr tried to find the answer as to why Geerhardus Vos ended up teaching Biblical theology at Princeton. A subject that hadn't been taught at Princeton before. Geerhardus studied in Berlin in 1885 with Bernhard Weiss. Bernhard Weiss wrote the book Biblical Theology of the New Testament in 1882.  Covenant College teacher William Dennison writes on the history of Biblical theology here. Geerhardus Vos himself explained the idea of biblical theology as a science and as a theological discipline in his inaugural address 1894.

Abraham Kuyper schijnt de term 'bijbelse theologie' afgewezen te hebben, terwijl Geerhardus Vos in zijn inaugurele rede het organische karakter van de openbaring tot hart van Christelijke apologetiek maakt. Daarin ontstaat bij mij de sterke indruk dat Geerhardus Vos in zijn bijbelse theologie de pragmatische nadruk op apologetiek zoals we die van Princeton kennen combineert met Kuyper's antithese. De leerstoel apologetiek werd overigens, netzo als de leerstoel bijbelse theologie, ook pas aan het einde van de 19de eeuw ingesteld aan Princeton theological Seminary.
Jerram Barrs argues here that Francis Schaeffer's books betray he was exposed to and influenced by Geerhardus Vos and his biblical theology.

The question that surfaces is offcourse now how Geerhardus Vos influenced B.B. Warfield and Klaas Schilder 's writings and what the relationship might be? The emphasis on the Heidelberger Catechism (reminds me of the courses on the catechism in september by the reformed church in niedersachsen) & the covenant might be an indication of a shared secessionist influence. Schilder's lecture on the meaning of the secession (afscheiding) in 1934 'de dogmatische betekenis der afscheiding' might give us some valuable information.

At Covenant seminary Gerard van Groningen taught biblical theology, at Westminster Seminary we read Westminster understands biblical theology in the tradition pioneered by Geehardus Vos. 

Further reading:

Friday, September 7, 2012

Yoweri Museveni's 'Ideology' In A Few Tweets

Last year Ugandan blogger and journalist Angelo Izama presented the project Re-Engineering Journalism which stated goal is to 'enhance effective cooperation in the Great Lakes Region of Africa'. Today he writes on twitter:
Secessionist pressures in #Africa from Mali to the Kivus to Somalia and now Kenya moot a revision of colonial era maps. Why resist? #Uganda
African nationalism is questionable ab initio since nationalism was based on colonial precedent. What is #Uganda except HM former property?
These nationalists and patriots kept colonial era institutions & boundaries but say they are #African? #Zuma joins the circus in Marikana
 What #Africa needs today is a new "social" framework of "patriotism" not based on arbitrary borders or certainly not "national identity".
Voilà the summary of Yoweri Museveni's 'ideology' in a few tweets.