Wednesday, October 17, 2012

De Tragische Ontmaskering van Ad Geelhoed

In de Nederlandse pers werd Ad Geelhoed gedurende zijn leven kritiekloos als de Europese wonderboy neergezet. Denk bijvoorbeeld aan de VPRO interviews waarin hij geïntroduceerd werd als 'gepassioneerd pleitbezorger van de Europese zaak'. Harry van Seumeren noemde hem in 1997 in de volkskrant 'de radicale marktsocialist'. In buitenhof werd hij in 2004 geïntroduceerd met de woorden 'wie Europa zegt, zegt Ad Geelhoed'.

Hij zette zichzelf graag neer als de man die (in tegenstelling tot de domme burger) wél wist hoe Europa werkte. Ook in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen van 22 november 2006 zette hij daarom zijn naam onder het artikel in de volkskrant 'Europa is melaats geworden'. Zijn vriend Laurens Jan Brinkhorst schreef in zijn 'in memoriam Ad Geelhoed' in 2007:
'hij zou zeker een bijtend commentaar hebben geschreven over het gebrek aan politieke moed en standvastigheid van een regering bij het verdedigen van fundamentele zaken in Europees verband. Zo zei hij een jaar geleden, dat 'Nederland zich als een Calimero met een slecht geweten gedroeg', na de afwijzing van de Europese grondwet in 2005. Hij vond het 'verbijsterend' hoe de Nederlandse regering in gebreke bleef het grote belang van Europa over het voetlicht te brengen en er zo aan meehielp dat Europa 'gemakkelijk kon uitgroeien tot zondebok van alle ongemakken die ons teisteren'.'
Olivier Vandersnickt maakt echter duidelijk in zijn excellente masterproef uit 2008/2009 'Het Europese burgerschap in de recent jurisprudentie van het Hof van Justitie: van Singh tot Metock' dat Ad Geelhoed zich in zijn tijd als Advocaat Generaal bij het Europese Hof in Luxemburg vooral dienstbaar maakte als dienstknecht van het xenophoob populisme dat sinds 9/11 overal om zich heen greep in Europa.

De Akrich zaak werd aangegrepen (27 februari 2003) om de aanval in te zetten op de fundamentele vrijheden van elke Europese burger. Hoewel het Hof in Luxemburg de redenering van Ad Geelhoed op uiterst beleefde en behoedzame wijze naar de prullebak verwees (23 september 2003), deed zeloot Geelhoed alsof zijn neus bloede in zijn conclusies van 27 april 2006 in de zaak Jia. Nederland had in haar enthousiasme inmiddels al vergaande conclusies getrokken uit de zaak Akrich en op 13 juli 2005 préjudiciele vragen gesteld in de zaak Rachel Eind. Op 9 januari 2007 wees het Hof in de uitspraak Jia de mening van Geelhoed op beleefde maar toch al iets meer duidelijke wijze de deur.

Op 5 juli 2007 zet Advocaat Generaal P. Mengozzi in zijn conclusies in de zaak Rachel Eind een punt achter de discussie en verwijst Ad Geelhoed's lulkoek definitief naar de prullebak:
'Voor de beantwoording van vraag 1, sub a en b, maakt het geen verschil dat de burger van het derde land voorafgaand aan het verblijf in de gastlidstaat geen recht van verblijf op grond van het nationale recht had in de lidstaat waarvan de werknemer de nationaliteit bezit.'
Zeloot Ad Geelhoed kon helaas niet meer meemaken hoe op 11 december 2007 zijn jarenlange kruistocht uiteindelijk uitmondde in een ontluisterende ontmaskering door het Hof van Luxemburg met het korte zinnetje in punt 34:
'Deze zienswijze kan niet worden aanvaard.'
Na jarenlang moedwillig de jurisprudentie van het Hof in de zaak Akrich en Jia niet te hebben willen begrijpen wordt hier immers elk misverstand de pas afgesneden. Samantha Currie merkte dan ook in haar artikel 'Accelerated justice or a step too far? Residence Rights of non EU-family members and the EU court's Ruling in Metock ' in de European Law Review (2009) volkomen terecht op dat het Akrich en Metock arrest eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen.

Advocaat Generaal Poiares Maduro verwijst op 11 juni 2008 in zijn conclusies in de zaak Metock naar de manier waarop het Hof zelf de Akrich uitspraak had geduid in het Arrest Jia (gepubliceerd op 9 januari 2007):
'Overigens heeft het Hof in het arrest Jia zelf uitdrukkelijk de in het arrest Akrich gestelde voorwaarde van voorafgaand legaal verblijf in verband gebracht met de bijzondere feitelijke context van het hoofdgeding'
Ad Geelhoed koos er dus doelbewust voor om, in zijn conclusies in de zaak Jia (27 april 2006), de beleefde en behoedzame terechtwijzing van het Hof in het arrest Akrich te negeren. Het arrest Metock zorgt ervoor dat we 'technocraat' Ad Geelhoed zullen herinneren niet zozeer als een pragmaticus die, zoals Laurens Jan Brinkhorst in 2007 debiteerde, de soevereiniteit van de lidstaten probeerde te bewaken, maar als de zeloot die de beleefde en behoedzame uitspraak van het Hof in de zaak Akrich moedwillig onjuist interpreteerde. Wie dan nog durft te beweren dat we hier te maken hebben met een Europees 'visionair' heeft er echt niets van begrepen.

No comments: