Saturday, September 15, 2012

Schilder's Leraar: A.G. Honig

E.A. de Boer schreef in 1999:
'Naast het handboek van A.G. Honig (en de eigen collegedictaten) is dit ( Schilder's 'Wat is de hemel?') het enige boek dat als verplichte stof voor het tentamen dogmatiek gold, voor al de generaties studenten die onder zijn hoogleraarschap het vak leerden'
J. Kamphuis schreef een lezenswaardige artikel bij de heruitgave van Schilder's boek 'Wat is de hemel?' in 2009.

A. G. Honig, de hoogleraar dogmatiek die Schilder opvolgde in 1934, schrijft in het voorblad van het handboek dogmatiek uit 1938:
'aan de nagedachtenis van de gereformeerde dogmatici Charles Hodge, Henricus Eskelhoff Gravemeyer, Abraham Kuyper en Herman Bavinck'
Interessant hoe hier naast Charles Hodge ook de voor mij onbekende Henricus Eskelhoff Gravemeyer een plaats krijgt. Henricus Eskelhoff Gravemeyer's leesboek voor de gereformeerde geloofsleer werd besproken door Geerhardus Vos in de Presbyterian and Reformed Review 1890. In een brief uit 1889 aan B.B. Warfield verwijst Vos daar naar. Henricus Eskelhoff Gravemeyer was geboren in Weener of Weenermoor Duitsland dichtbij de grens met Groningen.  Hij werd 5 September 1837 te Emden tot den predikdienst toegelaten (maakt mij nieuwsgierig naar de theologische opleiding die hij had genoten).

H. Smit stelde in zijn bespreking van de Beknopte Gereformeerde Dogmatiek van van Genderen en W.H. Velema uit 1992 dat Honig's handboek dogmatiek eigenlijk verouderd was. Helaas wordt niet duidelijk wat er nu precies verouderd is aan dat handboek:
'in die tijd lagen de fronten van de strijd op andere plaatsen dan nu. Andere en nieuwere theologen vragen nu onze aandacht. Ook het omgekeerde is waar: Zaken die toen als grote problemen werden beschouwd hebben voor ons het problematische verloren en krijgen nauwelijks meer onze aandacht.'
A. G. Honig studeerde cum laude af aan de Vrije Universiteit in 1892 op een proefschrift over Alexander Comrie. Dit boek is hier online te lezen. Toen op 17 januari 1934 A.G. Honig zijn hoogleraarschap overdroeg aan Klaas Schilder hield hij de rede 'Van Comrie tot de Cock: of, het Credo der Afscheiding'. Een proefschrift van H. Zweistra verwijst onder ander naar Comrie en H. J. Jager.

We dwalen af. Hier een quote over Oud-Testamenticus M Noordtzij dat ons in een bepaalde richting stuurt:
'M. Noordtzij doceerde het Oude Testament in een tijd, dat de Schriftkritiek, met name de bronnentheorie en de bronnensplitsing, in volle ontwikkeling was. Tegen de aanvallen van de historische kritiek stelde hij de organische inspiratie en de Schriftgebonden exegese. Bij de uitleg van de Schrift benadrukte hij haar openbaringshistorisch karakter, de ‘historia revelationis’, de geschiedenis van de bijzondere Godsopenbaring. Deze visie op de openbaring en de theologische exegese van de Schrift hebben Schilder gevormd en zijn bepalend geweest voor zijn omgang met de Schrift.' 
A. Noordtzij verwoordt het zo:
'Kern van deze visie is, dat de Godsopenbaring alleen vrucht kon dragen, 'wanneer God zich aansloot aan het bestaande, zich gaf in den vorm, waarin ze door Israël kon worden opgenomen en organisch door dit volk kon worden verwerkt'.
In een interview uit 2009 legt Ds. Henk de Jong uit hoe dit uitwerkt in zijn denken:
'Wat ziet De Jong als belangrijke facetten in zijn eigen denken? Als eerste noemt hij het historisch lezen van de bijbel: ‘Klaas Schilder zei al: “De bijbelteksten dragen een datum.” Dat zijn woorden geweest als zaden in mijn geest. Het bracht me tot het inzicht dat de bijbel behalve als een huis ook als een weg te typeren is.'
Laten we Schilder's Afscheidingsrede of 'eerste rede' eens lezen.

No comments: