Friday, September 14, 2012

Het Geheim Van Herman Bavinck's Dogmatiek?

In mei 1894 had Geerhardus Vos zijn inaugurele rede gehouden aan Princeton Seminary, een jaar later, in 1895, publiceerde Herman Bavinck het eerste deel van zijn Gereformeerde Dogmatiek. Het vierde deel verscheen in 1901. In 1902 werd Herman Bavinck hoogleraar dogmatiek aan de Vrije Universiteit.

Wat is het geheim dat Bavinck's dogmatiek zo aantrekkelijk maakt, waardoor hij tot op vandaag bruikbaar blijkt en bewondering oogst? vraagt N.H. Gootjes in het artikel De Struktuur van Bavinck's Gereformeerde Dogmatiek uit juli 1990.

Gootjes wijst daarin op de kritische noot van Geerhardus Vos ten aanzien van Bavinck's dogmatiek:
 'Although the author's work bears ample evidence of a wide and thorough acquaintance with what has of late years been done in the field of biblical theology, yet the exegetical data are not given with the same degree of fullness nor with the same detailed explanation of their historic significance as the facts borrowed from the history of doctrine.'
Vervolgens wijst Gootjes de suggestie of stelling c.q. eis van Geerhardus Vos om de 'organische voortgang van de openbaring te laten zien in het Schriftbewijs' van de hand met het volgende argument:
 'Het is waar dat de onderdelen van de leer in de Schrift samenhangen, en daarom ook in de dogmatiek in hun samenhang moeten worden getoond. Maar de reden van die samenhang is niet de organische voortgang van die openbaring. De openbaring groeit niet uit een beginsel, zoals een plant voortkomt uit een zaadkorrel. Er is geen immanente groei. God is de gever van alle openbaring, en Hij voegt daaraan op allerlei manieren toe. De reden voor de onderlinge samenhang van de openbaringsinhoud is niet gelegen in een organisch groeiproces, maar in het feit dat éénzelfde God alles heeft geopenbaard, en dat in Hem geen tegenstrijdigheden bestaan. Daarom heeft de dogmatiek het recht bewijsteksten uit verschillende perioden samen te lezen, zonder daaruit een chronologische ontwikkeling te hoeven konstrueren'
Een uitspraak die waarschijnlijk rechtstreeks in verband staat met de positie die Gootjes inneemt in  het debat over heilshistorische prediking, waarvan Klaas Schilder een belangrijk verdediger was. Albert Welleweerd verwijst in een waardevolle blogpost over heilshistorische prediking naar een rede van B Holwerda uit 1942. In het artikel in De Reformatie 'Het eerste en het laatste dichterlijke boek' schrijft Klaas Schilder in 1933:
'De transcendentie tot uitgangspunt te kiezen voor zijn denken, met verwaarloozing van de immanentie, dat beteekent valsch profeteeren. En de immanentie voorop stellen, met verwaarloozing van de transcendentie, dat wordt óók liegen. Slechts deze beide gedachten, en dan tezaam verbónden, spreken ons van God de waarheid. De Schrift verbindt ze dan ook steeds.'
Op wikipedia lezen we over Herman Bavinck's gereformeerde dogmatiek:
'Vooral op het terrein van de inspiratie van de Bijbel ging Bavinck in zijn dogmatiek nieuwe wegen. Hij ontwikkelde de gedachte van de organische inspiratie van de Bijbel. Met deze gedachte probeerde hij het goddelijke gezag van de Bijbel te laten sporen met de ontwikkelingen in de bijbelwetenschap.'
Joseph Torres citeert o.a. Bavinck in zijn blogpost what is organic inspiration? Johan D. Tangelder schrijft dat Bavinck 'bijdroeg aan een nieuw begrip van de organische inspiratie van de Schrift'. Peter Enns schreef in april 2011 een blogpost waarin Bavinck wordt geciteerd:
'The Reformed confessions [e.g., the 1646 Westminster Confession of Faith] almost all have an article on Scripture and clearly express its divine authority; and all the Reformed theologians without exception take the same position. Occasionally one can discern a feeble attempt at developing a more organic view of Scripture'
En dan komt in de daarop volgende blogpost Peter Enns via Herman Bavinck uit bij Geerhardus Vos & Gresham Machen's en de populaire issue van hun tijd: de oorsprong van Paul's religie (valt u overigens de foto van N.T. Wright ook op?). Het boek 'Origin of Paul's Religion' van Gresham Machen kunt u hier online lezen. Vervolgens bespreekt Peter Enns in een volgende blogpost hoe Geerhardus Vos's visie doorwerkt in zijn studie 'Pauline Eschatology'. Eén dag na het schrijven van mijn blogpost Pauline Eschatology & Geerhardus Vos, in maart 2012, reageerde ik op een blogpost over inerrancy at the ETS van Carlos Bovell:
'I myself like to paraphrase Matthew 12: 39 and say to myself “A wicked and adulterous generation asks for… inerrancy! But none will be given it except the inerrancy of the prophet Jonah.” to clarify the meaning of the term and to frame the debate in it’s Paulinian eschatological context as Geerhardus Vos would like us to do.'
Geerhardus Vos schreef in 1906 in the Princeton Theological Review het artikel 'Christian faith and the truthfulness of Bible History'.

Zo bekend als Herman Bavinck's Gereformeerde Dogmatiek is, zo onbekend is het maandschrift 'De Getuigenis' onder redactie van Herman's vader Jan Bavinck en de zoon van Hendrik de Cock: Helenius de Cock. Helenius de Cock doceerde dogmatiek in Kampen totdat Herman Bavinck in 1883 benoemd werd. Online zijn een beperkt aantal artikelen uit dit maandschrift te vinden. Het maandschrift De Getuigenis startte in 1869.

Iets over het Godsbegrip volgens de Heilige Schrift door Jan Bavinck.
Wat is de mensch? door Helenius de Cock
Onze Belijdenis door Helenius de Cock

Het maandschrift De Getuigenis lijkt mij daarom een belangrijke sleutel tot het begrijpen van het denk en schrijfwerk van zowel Herman Bavinck als Geerhardus Vos.

2 comments:

Brian Mattson said...

Just a correction: Vos's lecture was 1894, and Bavinck's Vol.1 was published in 1895. You're a decade off.

Vincent Harris said...

you are right