Wednesday, March 5, 2008

migrants ambassadors for democratic development of Europe

A research project at University of Oxford:
Diffusion and Context of Transnational Migrant Organisations in Europe

Research Objectives and Rationale

All over Europe, migrants have set up cultural, political, economic and social association. These migrant organisations play a central role in integrating migrants into host societies. The civic participation of migrants is also crucial for the democratic development of Europe and for the future enhancement of European civil societies. Accordingly, the importance of migrant organisations has been recognised by national and European political institutions, and the promotion of migrants’ participation in civil societies has been formulated as a policy-aim, for instance by the European Commission.

However, in an increasingly globalised world, the issues of integration and migrants’ civic participation cannot be adequately addressed by analytical concepts which focus exclusively on the nation-state. In the last two decades, new political, social, cultural and economic migratory realities, which span countries of origin and arrival, have emerged. Furthermore, current research shows that linkages of migrant organisations with countries of origin have intensified during the last decade. Mobilising diaspora organisations for development is now a key aim of international agencies (like the International Organisation for Migration) and national development agencies (such as Britain’s Department for International Development).

Although much has been written on transnationalism, most empirical research on transnational migrant organisations in Europe so far has been fairly unsystematic and has not generated comparative data for cross-national analysis. This situation calls for a transnational analysis which can grasp current developments in international migration and which can identify the linkages of migrant organisations with their countries of origin. For this reason, the research project “Diffusion and Contexts of Transnational Migrants’ Organisations in Europe (TRAMO)” has developed an analytical framework addressing both transnational organisations and the border-crossing contexts in which they exist.


Project Aims

* To identify the characteristics of cross border migrant organisations (CBMOs)
* To analyse the diffusion of transnational migrant organisations (TRAMOs)
* To study the contextual factors which influence the emergence of TRAMOs
* To address the consequences of the transnationalisation of migrant organisations for participation and incorporation of migrants in European national societies.

The research questions for the project will be based on criteria derived from the sociology of organisations. The methods will be both quantitative and qualitative, and will be designed to produce comparative data, allowing cross-national analysis of the situation and significance of transnational migrant organisations in Germany, Poland, Spain and Britain. In a first step, 30 important cross border migrant organisations in each country will be identified. In a second step, four organisations will be selected for each country that can be considered to be transnational migrant organisations (according to the project criteria). These organisations will then be analysed within the framework of an in-depth case study.

This project is coordinated by Professor Ludger Pries, Chair Sociology of Organisations and Participation, of the Ruhr University, Bochum. The British component is based at the IMI, and will be carried out by Professor Stephen Castles and Dr Thomas Lacroix. The project has a three-year time-span, and started in November 2007.

Participating research units:

Saturday, March 1, 2008

Alle groepen moeten kans krijgen in politiek Kenya

Roel von Meijenfeldt, algemeen directeur Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie schrijft enige tijd geleden:

Het drama in Kenia illustreert hoe kwetsbaar Afrikaanse staten nog zijn zonder dat rechtstaat en democratisch bestuur goed verankerd zijn. Etnische tegenstellingen zijn niet het probleem, maar de manier van politiek bedrijven die deze tegenstellingen aanscherpt in plaats van overbrugt. Veel jonge democratieën moeten terug naar de tekentafel om nieuwe kies- en politieke stelsels overeen te komen die werken onder de specifieke omstandigheden van het land.

Frustratie over de huidige leiders belemmert het zicht op de noodzakelijke structurele veranderingen. Maar we steken onze kop in het zand als we deze dieperliggende politieke problemen negeren, omdat we ons niet zouden mogen bemoeien met interne politiek of omdat we ons niet met machtsbeluste politici willen inlaten. Met zo’n houding komt er nooit een einde aan internationale noodhulp, vredestroepen en armoedebestrijding.

De democratie in veel Afrikaanse landen is blijven steken in het organiseren van verkiezingen. Men dacht – heel algemeen gesteld - dat het daarmee wel goed zou komen. Daarna zijn er weinig verdere structurele stappen gezet om het politieke proces aan te passen aan de omstandigheden van het land. De grondwet en het kiesstelsel zijn in veel Afrikaanse landen nog steeds gebaseerd op die van de vroegere kolonisator, en kiesraden zijn vaak noch onafhankelijke noch professionele instituties.

Democratie in Afrika krijgt pas echt inhoud als de bevolking ook werkelijk wat te kiezen heeft bij verkiezingen. Als partijen elkaar beconcurreren op basis van inhoud in plaats van etniciteit of omkoperij. Als het parlement meer macht krijgt tegenover de president. En als de verdeling van de stemmen recht doet aan alle bevolkingsgroepen.

Kenia nam bij de onafhankelijkheid in 1963 het Britse kiesstelsel over. Degene met de meeste stemmen in het kiesdistrict wint. Omdat er veel kandidaten per kiesdistrict zijn, hoef je niet veel stemmen te hebben om te winnen. Alle andere stemmen gaan verloren.

Verkiezingscampagnes zijn duur. Bevolkingsgroepen met veel economische macht kunnen zo vrij makkelijk hun kandidaten verkozen krijgen.. In een land als Kenia, dat 41 etnische bevolkingsgroepen omvat, is dat vragen om moeilijkheden.

Ook elders in Afrika voedt dit winner-takes-all-principe het onderling wantrouwen. De etnische diversiteit vraagt om politieke stelsels met evenredige vertegenwoordiging, waarin verschillende groepen hun belangen voldoende behartigd zien.

Maar dit soort grondwetshervormingen vergen tijd en tact. De sleutel tot succes is het onderhandelingsproces. In Zuid-Afrika is vier jaar onderhandeld over een nieuwe grondwet, waarbij het geduld en volharding van alle leiders – blank en zwart – door het aanhoudende politieke geweld op de proef werd gesteld. Na vertrouwelijke voorbereidende gesprekken en ruime financiële steun uit Europa zijn de gesprekken op gang gekomen. Het eindresultaat is een grondwet met grote legitimiteit onder de bevolking. Veel Zuid-Afrikanen hebben thuis naast de Bijbel of Koran ook een grondwet-op-zakformaat liggen.

Maar leiders zullen niet uit zichzelf gaan sleutelen aan een systeem dat gunstig is voor bestendiging van hun machtspositie. Dat is zagen aan de poten van hun regeringszetel. Hoe krijg je hen zover dat ze vanuit ’nationaal’ belang vernieuwing doorvoeren? In Kenia lag er in 2004 een voorstel voor een nieuwe grondwet na een breed consultatieproces, maar uiteindelijk werd die door de groep rond president Kibaki verworpen. Daar zal nu overeenstemming over bereikt moeten worden.

Democratie kan niet van buiten af ingevoerd worden, partijen zelf zullen de noodzakelijke hervormingen moeten invoeren. Maar onpartijdige steun van buitenaf om het onderhandelingsproces te faciliteren is onontbeerlijk. Als het de internationale gemeenschap echt menens is met de democratisering van Afrika, moet men de kanalen die er zijn om deze politieke processen te ondersteunen ook gaan gebruiken.

We kunnen daarbij niet om de zittende leiders heen, hoe graag we dat misschien zouden willen. Machteloos wachten op betere leiders, en ondertussen de noodhulpkassen vullen, helpt de Afrikanen uiteindelijk niets. Een steviger democratisch bestuur en rechtstaat is de beste garantie voor sterke leiders. En niet andersom.All